Tu-ru, ti-ri

Eens in de twee jaar wordt in de eerste week van de maand juli te Haarlem het Internationaal Orgel Improvisatie Concours gehouden. Voor het eerst in juli 1951. Een idee van Jos de Klerk, vader van Albert de Klerk.Eens in de twee jaar wordt in de eerste week van de maand juli te Haarlem het Internationaal Orgel Improvisatie Concours gehouden. Voor het eerst in juli 1951. Een idee van Jos de Klerk, vader van Albert de Klerk. Die festiviteiten in de eerste week van juli heb ik in de jaren 70 en 80 intensief gevolgd.

Dan was daar op de dinsdagavond het openingsconcert. Op woensdagavond een orgelconcert  door de deelnemers aan het improvisatieconcours. Zij speelden bij die gelegenheid literatuur, geen improvisaties. Op de donderdagavond was het improvisatie concours. Op de vrijdagavond gaven de leden van de jury (voor zover zij organist waren) een orgelconcert. Vanzelfsprekend ook met improvisaties. 

In de weken daarna volgde de Internationale Orgelacademie. Deelnemende organisten gebruikten orgels uit de wijde omgeving van Haarlem als studie-instrument. Pech voor de residerende organisten.

Terug naar de woensdagavond van de eerste week; het orgelconcert door de deelnemers met literatuurspel. Over het spel van de meeste deelnemers lag in die dagen de internationale grauwsluier van het legato absolu. Later werd die, in ieder geval in Nederland, helaas soms vervangen door het non legato absolu.  

Die mist van het legato absolu was de volgende dag op de avond van de improvisatiewedstrijd op wonderbaarlijke wijze opgelost. Tijdens het improviseren werd er door alle deelnemers vrijelijk en uitbundig op los gearticuleerd.

Dat bracht bij tot de volgende conclusie.

Speel altijd alsof je het zelf verzint, alsof je het tijdens het spelen uit de mouw schudt.

Het orgel is in wezen een blaasinstrument. Zie daarom eens hoe bijvoorbeeld Hotteterre en Quantz dat aanpakken op traverso,  blokfluit en hobo.

 

Jacques Hotteterre.

“Principes de la flute traversiere, de la Flute a Bec, et du Haut-bois”. 1707/1728.

 

 

Johann Joachim Quantz.

“Versuch einer Anweisung die Flöte traversiere zu spielen”. 1752, 1789

 

*****